Drie cijfers, meer niet
Core Web Vitals zijn drie metingen die samen beschrijven hoe een pagina aanvoelt. LCP meet hoe snel het grootste element in beeld staat, dus wanneer de pagina er geladen uitziet.
INP meet hoe snel de pagina reageert als je iets aanklikt. En CLS meet of de inhoud verspringt tijdens het laden, dat vervelende effect waarbij je op een knop klikt die net verschoven is.
De waarden die je moet halen
LCP onder 2,5 seconden is goed, tussen 2,5 en 4 seconden matig, daarboven slecht. INP onder 200 milliseconden is goed. CLS onder 0,1 is goed.
Belangrijk: Google beoordeelt op basis van wat echte bezoekers ervaren over een periode van 28 dagen, niet op een enkele test. Je kunt in een testtool groen scoren en in de veldgegevens toch rood staan, meestal doordat je testtool een snellere verbinding en een snellere telefoon gebruikt dan je klanten.
Hoe zwaar weegt het echt?
Minder zwaar dan de aandacht doet vermoeden. Het is een van vele signalen, en relevantie van je inhoud weegt zwaarder. Een trage pagina met het beste antwoord verslaat een snelle pagina met een slecht antwoord.
Waar het wel doorslaggevend is: tussen twee pagina’s die inhoudelijk vergelijkbaar zijn. En, veel belangrijker, in je conversie. Bezoekers die afhaken op een trage pagina kosten je direct omzet, ongeacht wat Google ervan vindt.
Wat LCP meestal veroorzaakt
In negen van de tien gevallen is het de grote afbeelding bovenaan. Te zwaar, in een verkeerd formaat, of pas laat opgevraagd omdat hij op lazy loading staat terwijl hij direct in beeld staat.
Daarna volgen te veel scripts die eerst moeten laden, en een trage server. Bij WordPress zie je vaak een stapel plug-ins die elk een beetje bijdragen tot het samen ruim over de norm gaat.
Wat INP meestal veroorzaakt
Zwaar JavaScript dat de browser bezet houdt op het moment dat de gebruiker klikt. Denk aan sliders, chatwidgets, analysescripts en cookiebanners die allemaal tegelijk willen starten.
De fix is meestal niet slimmer programmeren maar minder laden: scripts uitstellen die niet direct nodig zijn, en kritisch kijken welke tools werkelijk iets bijdragen. Elke widget kost je hier iets.
Wat CLS meestal veroorzaakt
Afbeeldingen zonder vaste afmetingen, waardoor de tekst verspringt zodra ze binnenkomen. Advertenties en banners die later inladen. En lettertypen die pas laat verschijnen waardoor de tekst van formaat wisselt.
Dit is meestal de goedkoopste van de drie om op te lossen: afmetingen meegeven en ruimte reserveren voor wat later komt.
Waar je begint
Kijk eerst naar je veldgegevens in Search Console, niet naar een testtool. Daar zie je welke pagina’s werkelijk een probleem hebben en op welk van de drie punten.
Pak dan één paginatype tegelijk aan, meestal je productpagina of je belangrijkste landingspagina, want die verzorgen samen het grootste deel van je verkeer. Wij halen bij nieuwe sites standaard scores van 98 en hoger, maar bij bestaande sites is de vraag altijd eerst waar de winst per bestede euro het grootst is.
Veelgestelde vragen
Moet ik per se groen scoren?
Nee. Het is een gradueel signaal, geen drempel waar je overheen moet. Van rood naar oranje levert vaak meer op dan van oranje naar groen, en het effect op je conversie is meestal groter dan het effect op je positie.
Waarom scoort mijn site in PageSpeed anders dan in Search Console?
PageSpeed doet één test op een gesimuleerd apparaat; Search Console toont wat echte bezoekers over 28 dagen ervaren. De veldgegevens uit Search Console zijn leidend, want dat is wat Google gebruikt.
Helpt een cachingplugin?
Voor LCP vaak wel, voor INP zelden, want die wordt bepaald door de hoeveelheid JavaScript. Een plug-in erbij om een plug-inprobleem op te lossen werkt lang niet altijd.
Hoeveel snelheidswinst is haalbaar?
Bij de meeste bestaande sites is een halvering van de laadtijd realistisch zonder herbouw, vooral via afbeeldingen en scripts. Zit het probleem in het thema of in de hoeveelheid functionaliteit, dan loopt het verder op.